Full Nelson

 In 1990 stond ik als fotojournalist voor een moeilijke keuze: stoppen en alle analoge spullen voor een habbekrats wegdoen, of de financiering rondkrijgen voor kostbare, digitale fotoapparatuur. Arnoud, een collega-fotojournalist bij een Haags weekblad, had mij — omdat hij zelf verhinderd was — al eerder getipt over een bijzondere persbijeenkomst in het Haagse Hilton Hotel.

Het was schemerig toen ik in mijn knalrode Panda in Den Haag aankwam. De Hilton-balie dirigeert mij kordaat naar een hoek van de entree. Tegen de afspraak in besluit ik toch wat rond te neuzen. Net buiten het zicht van de balie open ik voorzichtig een deur. De vriendelijke verslaggever van het Reformatorisch Dagblad geeft een slappe hand. Verder is er nog niemand in deze geïmproviseerde persruimte aanwezig. In de hoek van het vertrek staat op een gammel tafeltje een grote televisie, die op een lawaaizender is afgestemd. De Refo-man blijkt mij gunstig gezind. Hij vraagt om een selectie foto’s van deze bijeenkomst per fotozender naar zijn redactie in Apeldoorn te sturen. Een mooie, goedbetaalde klus. De eerste stap naar digitalisering lijkt een feit! 

Terwijl we gegevens uitwisselen, lopen drie figuren de persruimte binnen. Ze lijken zo uit een tableau vivant van illustrator Theo van den Bogaard te zijn gestapt. Er wordt een grote koffer vlak voor ons op de grond gesmeten. Intussen heeft een van hen — luidruchtig en met een archetypische gleufhoed — zich voor de tv opgesteld. We hebben geen beeld meer. 'Gleufhoed' begint als een razende te zappen: ”Sorry, effe prakken.” Refo-man en ik kijken elkaar stomverbaasd aan. Ook een derde prakker meldt zich, en uit naam van vrije nieuwsgaring ontneemt dit gezelschap ons verder het zicht op de door hen gekaapte Hilton-tv. Omdat ik geen zin heb in tumult in een vollopende persruimte, neem ik afscheid van Refo-man en zet mijn onderzoek voort.
 
Weer in de centrale hal aangekomen, andermaal de balie ontwijkend, loop ik naar een smalle deur die toegang geeft tot een ruime, slecht verlichte zaal. Direct na de ingang staat een grote tafel. Halverwege, precies tegenover de stoel aan de andere kant van de tafel, blijf ik staan. Juist als ik mij een voorstelling probeer te maken van het bezoek dat spoedig aan deze tafel zal plaatsnemen, komt uit de hoek van de zaal bijna geruisloos een klein gezelschap aangelopen. Al snel valt de guitige verschijning op van de Haagse burgemeester Havermans, die als eerste bij de tafel arriveert. 

Met een daverende klap wordt dan achter mij de toegangsdeur van de zaal geopend. Als een horde bezeten stieren die zich een weg baant door de nauwe straatjes van Pamplona stormt het 'journaille' allesvernietigend langs-, op- en over de hotelinventaris richting de grote tafel in het midden van de zaal. Het eminente gezelschap is inmiddels aangeschoven. 
Ik voel een harde por in mijn rug. “Oprotten, deze plek is voor het journaal.” (NOS) Ik draai mij om en begrijp van gleufhoed dat zijn elite-troepen in de frontlinie willen staan. Met mijn handen stevig op de tafel houd ik voldoende balans om deze plek voor een foto veilig te stellen. Gleufhoed geeft knietjes tegen mijn onderrug en trekt herhaaldelijk aan mijn perskaart. Nelson Mandela, zittend naast Winnie, is zichtbaar geïrriteerd door de intimidaties van onze Nationale Nieuwsjager. Hij kijkt gleufhoed een moment indringend aan, die dan ineens achter mij wegduikt. Zijn cameraman kampt met technische problemen en scheldend druipen ze als slechte verliezers af.
 
Mijn Nikon F3 registreert Mandela, die opnieuw mijn richting uit kijkt. De motordrive raast als een oude Boedapester door het statige Hilton, die de stilte voor een ogenblik ruw onderbreekt. Langzaam laat ik de zware Nikon naar de rand van de tafel zakken. Mandela kijkt mij een ogenblik onderzoekend aan. Verlegen stamel ik: ”Thank you, for everything”. 
 
De anti-apartheidsstrijder knipoogt en een brede glimlach verschijnt op zijn gezicht: "My pleasure, sir!” 
   

1990©ErikBerame                    

Populaire posts